Theater en vertellen

    Beschrijving

    theater-en-vertellenEen workshop op het grensgebied van vertellen en theater. Welke uitdagingen bieden theatertechnieken om de vertelkunst te verrijken? In het eerste gedeelte van deze workshop worden een drietal theatertechnieken verkend en getraind: het ruimtegebruik, de presentie van de verteller, en het uitspelen van korte scènes. Deze technieken worden in het tweede deel van de workshop toegepast op een verhaal dat de studenten vooraf hebben voorbereid.

    Klik voor de datum en locatie bij het tabblad: Praktisch.

    Praktisch

    Data: Zaterdag 17 en 24 maart 2018.
    Cursusnummer: TH-2018.
    Plaats: Theaterhuis De Berenkuil, Utrecht
    Docent: Wouter Eizenga. 
    Lesgeld: € 195,-
    Deelname: voor iedereen die een verdiepingscursus heeft gevolgd.
    Klik hier om je voor deze workshop aan te melden.


    jeugdtheaterhuis-de-berenkuilRoutebeschrijving
    In Utrecht huurt de Vertelacademie cursusruimten bij Jeugdtheaterhuis de Berenkuil: Uitgebreide routebeschrijving en detailkaart van Utrecht.
    Let op! Hier staat ook belangrijke informatie over parkeren


    Opbouw


    Theater speelt zich af op het toneel. Van de spelers wordt dan ook verwacht dat zij die ruimte optimaal gebruiken. Daardoor is het publiek, in die grote of kleine zaal, in staat om zelf beelden te creëren die het toneel met illusie vullen. Bij het vertellen speelt het verhaal zich niet op het toneel af, maar veel meer in de hoofden van de luisteraars. Toch blijft het vertellen op dat grote of kleine toneel het oriëntatiepunt voor de toehoorders. Voor hen is de verteller de “presentator” van het verhaal en het toneel de omgeving waarin het verhaal ontstaat. Dat is de plek waar het publiek tijdens het verhaal naar kijkt. Het vormt de achtergrond van het verhaal. In deze workshop onderzoeken we drie theatertechnieken, die de aanwezigheid van de verteller op de vertelplek versterken en de verbeelding van het verhaal ondersteunen.

    De aanwezigheid van de verteller op de speelplek:

    • Hoe gaan acteurs om met de ruimte?
    • Hoe kun je de vertelruimte als “medeverteller” gebruiken?
    • Welke manieren zijn er om het start- en eind- punt van een verhaal in de ruimte te markeren?

    Het inleiden van een verhaal voor het publiek:

    • Hoe gaan acteurs te werk bij het houden van een monoloog?
    • Welke theatrale middelen kan een verteller inzetten om een toepasselijke houding uit te stralen?
    • Hoe kun je de betrokkenheid van het publiek bij je aanwezigheid vergroten?

    Het verbeelden van personen en gebeurtenissen in een verhaal:

    • Hoe kun je personages vorm geven met behulp van archetypen?
    • Welke mise en scène past bij de gebeurtenis uit het verhaal?
    • Hoe gebruikt de verteller emoties als een drijfveer voor verbeelding?


    Werkwijze

    De workshop bestaat uit twee dagen. Tijdens de eerste dag worden bovenstaande drie technieken geïntroduceerd en getraind. Daarbij gebruiken we oefeningen uit de wereld van het theater. Tijdens de tweede werkdag wordt aan de hand van een verhaalfragment dat de studenten zelf voorbereid hebben, aan de integratie van één of twee van deze technieken gewerkt. Daarbij geeft de docent individuele regieaanwijzingen. 

    Competenties

    In de workshop Vertellen en theater wordt aan onderstaande competenties gewerkt.


    De student:  

    1. Ervaart hoe theatermakers omgaan met: aanwezigheid op de speelplek en het verbeelden van personen en gebeurtenissen in een verhaal.

    2. Ontwikkelt een zekere vaardigheid in de vertaling van theatertechnieken naar een vertelling. Daarbij ligt het zwaartepunt op: ruimtegebruik, de presentie van de verteller en het spelen van korte scènes.

    Docent

    wouterWouter Eizenga (Utrecht -NL)

    Wouter is theatermaker en maakte onder andere voorstellingen met zijn gezelschap 'Een heel klein Dorpje' en met 'Grenz', dat voorstellingen voor scholen speelt. De projecten worden gemaakt met jonge talenten en net afgestudeerde acteurs van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Daarnaast regisseerde hij regelmatig vertel- en locatievoorstellingen voor onder andere het Oerolfestival.

    Taak binnen de Vertelacademie: Vakdocent theater. 

    Voorbereiding

    De tweede dag wordt er gewerkt met een door jezelf uitgekozen en voorbereid verhaalfragment.
    Neem in de voorbereiding de volgende aanwijzingen mee:

    • Kies een verhaalfragment waarmee je persoonlijke affiniteit en betrokkenheid hebt. (Maar niet autobiografisch).
    • Het fragment komt uit een verhaal dat je al eerder hebt verteld, maar waarmee je niet in een andere workshop of cursus hebt gewerkt.
    • In het fragment komen minimaal twee karakters voor. Maar let erop dat het fragment niet alleen maar dialoog is.
    • Kies een fragment uit je verhaal met een duidelijk begin en einde. (Bijvoorbeeld; het moment dat de hoofdpersoon in het verhaal de kamer binnenkomt tot het moment dat deze de ruimte weer verlaat. Of: Vanaf het motorisch moment t/m de climax van het verhaal).

    Met dit verhaalfragment van maximaal 5 minuten ga je in de workshop werken. Zorg dat je dit fragment vrij kan vertellen. (Leer het niet uit je hoofd! Behalve eventuele dialoogzinnen).
    Bereid het voor n.a.v. de stof uit de verdiepingscursus; Maak een plattegrond van het verhaal en oefen met het ruimtelijk neerzetten van je verhaal. Werk eventuele dialoog zo uit dat je soepel kunt schakelen tussen de personages.


    Werkvraag

    Formuleer bij het gekozen verhaalfragment een werkvraag waaraan je tijdens de workshop zou willen werken.
    Tip: Blik voordat je deze werkvraag gaat bedenken even terug op de vaardigheden waarmee je kennis hebt gemaakt in de Verdiepingscursus.


    Stuur t.b.v. een goede voorbereiding van de docent 10 dagen voor aanvang van de workshop een Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. met onderstaande informatie. (Stuur je bericht CC naar de Vertelacademie).
    Geef in je e-mail een korte omschrijving van het verloop van je verhaalfragment; Wat gebeurt er in het fragment? Wie zijn de personages? Wat is de sfeer? En waar speelt het zich af?
    Sluit af met jouw werkvraag.

    Veel succes!

    Leerroutes


    Deze workshop maakt tevens deel uit van de Leerroute (2) Vertellen voor een groot publiek.

    Tip voor Leeroute studenten:
    De workshop theater en vertellen sluit aan op de verdiepingscursus. Zorg ervoor dat je voldoende met de vaardigheden uit de verdiepingscursus hebt geoefend voordat je de workshop vertellen en theater gaat volgen. Werk in de maanden voor de workshop aan de Praktijkopdrachten voor na de verdiepingscursus (nieuw venster).

     

    Tip: Lees voordat je de werkvraag (zie tabblad voorbereiding) voor de workshop Theater en vertellen gaat bedenken ter inspiratie jouw reflecties en ervaringen in het portfolio praktijkervaring nog eens door.
    Welke vaardigheid zou je graag willen verdiepen of onderzoeken?