De opbouw van een vertelprogramma

    Beschrijving

    Opbouw-VertelprogrammaIn een vertelvoorstelling staan de afzonderlijke verhalen niet op zichzelf.
    Zij zijn de blokken van het bouwwerk dat de verteller de toehoorders wil laten beleven. Het plaatsen van de juiste verhalen op de juiste plek, en het creëren van soepele overgangen tussen de verhalen, is bepalend voor een succesvolle programmering.
    In deze workshop wordt de fundering gelegd voor het opbouwen van een vertelprogramma.

    Lees meer over de opzet en inhoud op het tabblad: Opbouw.

    Klik voor de datum en locatie bij het tabblad: Praktisch.


    Praktisch

    Data: Zaterdag 21 april, 26 mei en 23 juni 2018.
    Cursusnummer: PR-2018.
    Plaats: Utrecht, Theaterhuis De Berenkuil.
    Docente: Pauline Seebregts.
    Lesgeld: € 260,00.

    Deelname: voor iedereen die tenminste een basiscursus heeft gevolgd. Daarna aan de verdiepingscursus heeft deelgenomen óf zelf vertelervaring heeft opgedaan.
    Het is belangrijk dat de deelnemer al enig repertoire heeft opgebouwd.
    Klik hier om je voor deze driedaagse workshop aan te melden.

    jeugdtheaterhuis-de-berenkuil

    Uitgebreide routebeschrijving en detailkaart van Utrecht.
    Let op! Hier staat ook belangrijke informatie over parkeren.

    Opbouw

    Het vertellen begint met een paar verhalen die je mooi vindt. Dat repertoire groeit en op een dag is er de wens om een kinder-, een thema- of een avondvullend -programma samen te stellen. Je staat dan voor de opgave om bij de verhalen die je eventueel al hebt nieuwe te zoeken die bij elkaar passen. En die moeten dan natuurlijk passen: naadloos in het thema, geschikt voor de doelgroep, qua stijl in het avondvullende programma.

    Met dat plan sta je dan voor de boekenkast, in de bibliotheek of je zit achter de computer. Waar moet je beginnen! Verhalen zoeken lijkt ineens op de spreekwoordelijke "speld in de hooiberg". Hoe zorg je ervoor dat je niet in die hooiberg verdwaalt.

    Programmaconcept
    In deze tweedaagse workshop wordt een begin gemaakt met het methodisch ontwikkelen van een programmaconcept. Daarbij wordt gebruik gemaakt van oefeningen en technieken uit het “creatief denken” (Edward de Bono) en het “creatief schrijven”.
    De werkwijze wordt in de praktijk uitgeprobeerd aan de hand van spontaan door de groep aangedragen ideeën en thema’s. De workshop bestaat uit twee fasen (van elk een zaterdag) met daartussen een werkopdracht voor de deelnemers.


    Fase 1 Oriëntatie

    Met behulp van verschillende oefeningen wordt het associatieveld rondom het idee, het thema, het verhaal of de doelgroep verkend. Stap voor stap wordt daarna dat grote veld ingeperkt en worden de resultaten in korte teksten gedocumenteerd.
    Aan het concept van het programma, dat uit deze oriëntatie naar voren komt, worden persoonlijke commentaren van de verteller toegevoegd. Deze krijgen de vorm van uitspraken en gedichtregels.
    Uit dit materiaal worden tot slot zoekopdrachten geformuleerd, die natuurlijk direct losgelaten worden op de andere deelnemers. Wie kent er een verhaal, boek of film die voldoet aan de gestelde opdracht?

    Werkopdracht
    In de weken die tussen de eerste twee bijeenkomsten liggen krijgen de deelnemers de opdracht om twee verhalen te zoeken die zouden kunnen passen in het ontwikkelde concept. En bereiden een korte presentatie van die verhalen voor.


    Fase 2 Plotontwikkeling

    De deelnemers presenteren de door hen uitgezochte verhalen. Vanuit dat materiaal wordt gezamenlijk een plot voor een programma ontwikkeld aan de hand van vraagstellingen als:

    • Welke mogelijke rode draad ligt in deze verhalen besloten.
    • Welke plaats in een programma zouden die verhalen kunnen hebben? Wat zou er dan voor of na moeten komen?
    • Wat zouden ingrediënten voor een (impliciete of expliciete) raamvertelling kunnen zijn.
    • Zijn er aanpassingen mogelijk die de verhalen beter op elkaar laten aansluiten?

    De resultaten van deze besprekingen worden gedocumenteerd in de vorm van korte inleidingen tot de verhalen en intermezzi tussen de verhalen. De eventuele raamvertellingen worden als korte vertellingen onderling uitgewisseld.


    Fase 3 praktijkdag
    Wanneer de verhalen in de juiste volgorde staan en de rode draad tussen die verhalen is gespannen (in de vorm van intermezzi of een raamvertelling), dan is er de uitdaging om die voorstelling een eigen logische samenhangende opbouw te geven. Ook moet bekeken worden hoe verhalen en de raamvertelling elkaar in de voorstelling beïnvloeden. Tijdens de praktijkdag onderzoeken we de dramaturgie van een concept voorstelling die de deelnemers aan de hand van drie verhalen ontwerpen. Vragen die hierbij een rol spelen:

    • Welke ontwikkeling maakt het publiek mee bij het beluisteren van de voorstelling?
    • Hoe zorg ik ervoor dat er spanning in de voorstelling blijft?
    • Waarmee moet het publiek zich identificeren?
    • Welk licht werpt de raamvertelling op de verhalen en omgekeerd?

    Tijdens de tweede bijeenkomst introduceert de docent twee reeksen van drie gegeven verhalen. De opdracht is om daarvan een voorstellingsconcept te maken.
    De deelnemersgroep wordt in (kleine) subgroepen gedeeld en deze gaan met één van deze twee casussen aan de slag. Het thema wordt samen onderzocht en vervolgens worden een (of meerdere) samenhangende concepten bedacht. Dit concept wordt zo uitgewerkt dat er een synopsis van een vertelvoorstelling ontstaat.

    Het verkennen, onderzoeken en uitwerken van de casus kan via e-mail, maar het groepje kan ook kiezen voor een fysieke brainstorm- en uitwerksessie.

    Tot slot worden de uitgewerkte resultaten naar de docent gemaild, zodat deze zich op de derde bijeenkomst kan voorbereiden. Ook de deelnemers uit de ‘andere groep(en)’, krijgen het plan via e-mail toegestuurd.

    Tijdens de praktijkdag worden de beide uitgewerkte plannen besproken. Er wordt vooral aandacht besteed aan de dramaturgie van de plannen, waarbij er steeds een balans gezocht zal worden tussen de creatieve vondsten en de duiding van deze artistieke keuzes binnen de context van de voorstelling. Welke betekenis heeft de bedachte handeling binnen het concept van de voorstelling? Hoe zou het publiek de voorstelling en de gemaakte keuzes kunnen interpreteren?

    Er zal stil gestaan worden bij de ontwikkeling, de lijn, van de voorstelling als geheel, de samenhang tussen de gekozen verhalen en de volgorde waarin de verhalen verteld gaan worden. Welke (artistieke) keuzes zijn er gemaakt en waarom? Welke mogelijkheden zouden er nog meer zijn? Doordat beide groepen een andere casus hebben uitgewerkt, is er tijdens de praktijkdag een klankbord aanwezig in ‘de rol van publiek.

    Competenties

    In de workshop De opbouw van een vertelprogramma wordt aan onderstaande competenties gewerkt.


    De deelnemer

    1. Ontwikkelt een aanpak voor de oriëntatie op de inhoud van een vertelprogramma.
    2. Verwerft inzicht in het zoeken van verhalen aan de hand van een (zelf) geformuleerde opdracht.
    3. Verwerft inzicht in het methodisch ontwikkelen van een programmaconcept.
    4. Ontwikkelt een zekere vaardigheid in het ontwikkelen van een plot voor een programma.
    5. Formuleert de uitgangspunten voor de dramaturgie van een vertelprogramma.

    Voorbereiding

    Opdracht
    De deelnemers voeren tijden deze workshop (creatieve) opdrachten uit aan de hand van een voor aanvang van de workshop gekozen thema voor een voorstelling.

    Dit kan een thema zijn voor een voorstelling die de deelnemer daadwerkelijk wil maken.  
    Studenten die bij de Vertelacademie de 'Leerroute Vertellen voor een groot publiek volgen' kunnen zodoende de eerste stappen zetten op weg naar hun afstudeersolo.

    Deelnemers die (nog) geen concreet thema hebben voor een voorstelling wordt gevraagd ter voorbereiding op de workshop een 'oefen thema' te kiezen voor een fictieve voorstelling.


    Werkopdracht 1

    In de weken die tussen de eerste twee bijeenkomsten liggen krijgen de deelnemers de opdracht om twee verhalen te zoeken die zouden kunnen passen in het ontwikkelde concept. En bereiden een korte presentatie van die verhalen voor.

    Werkopdracht 2
    Na de tweede bijeenkomst geeft de docent een opdracht bij twee van te voren bepaalde thema’s. De deelnemersgroep wordt in tweeën gedeeld en beide groepjes gaan met één van deze twee casussen aan de slag.
    Lees meer over deze werkopdracht onder het tabblad Opbouw.

    Leerroutes

    Deze workshop maakt tevens deel uit van de Leerroute (2) Vertellen voor een groot publiek.

    Artikel: Afstuderen - een project op zich, auteur Jolanda Kromhout.

    Studenten die de Leerroute (1) Vertellen met en voor kinderen volgen en in de toekomst kindervoorstellingen willen maken kunnen hun leerroute met deze workshop aanvullen.

    Lesmateriaal

    Literatuurtip:

    Betekenis van drama - voorstellingsanalyse
    Auteur: Roel Twijnstra
    ISBN: 9789064032325

    Het boek is verkrijgbaar via Theaterboekwinkel en Bol.com.

    Recensie bij dit boek van Biblion, Drs. K. de Jong Ozn.

    "Elke toneelvoorstelling zendt als het ware tekens uit. De semiotiek onderzoekt die tekens vanuit de betekenis die het publiek eraan geeft. Hierover gaat dit boekje. Het behandelt o.a. de drie fasen van een voorstelling: de voorbereiding, de repetities, de voorstelling zelf en de uitwerking daarvan op het publiek. Zo worden alle facetten en tekens heel systematisch in hun opbouw en uitwerking behandeld. Door middel van allerlei voorbeelden worden de spelregels van het drama geanalyseerd. Doel is om het theater zo dichter bij het publiek te brengen, het begrip ervoor te verhogen, het genieten ervan meer diepte te geven. Het boekje is in de eerste plaats een methode voor hen die aan de producerende kant van het theater staan. Maar het is ook zeer geschikt voor het geachte publiek om echte theaterliefhebbers te worden."


    Aanvullend artikel bij de workshop

    Artikelen ter verdieping

    • ‘Wat is dramaturgie? 
      Inleiding van het Dramaturgie Platform over dramaturgie in het theater.
    • Uitgebreid artikel van Annemarie Wenzel over dramaturgie in het theater (Uit Theater Schrift Lucifer).